thematisch onderwijs

Thema’s
Het onderwijs is georganiseerd rond thema’s. Er zijn twintig thema’s. Elk thema duurt tien weken. Per jaar komen er vijf thema’s aan de orde, elk uit een andere groep: aardrijkskunde, geschiedenis, cultuur, techniek en natuur:

schema

De precieze planning van de thema’s in de jaren vindt u in onze schoolgids en hier.
In deze thema’s worden bijna alle vakken geïntegreerd. Denk aan Engels, begrijpend lezen, woordenschat, biologie. Er zijn in totaal twintig thema’s (zie bovenstaand overzicht). In een schoolloopbaan van acht jaar, volgen leerlingen dus twee keer hetzelfde thema; de tweede keer natuurlijk op een ander niveau.
Door deze manier van werken besteden we – naast rekenen & wiskunde en bewegingsonderwijs – ruime aandacht aan alle kerndoelen op de gebieden van Nederlands, Engels, oriëntatie op jezelf en de wereld en kunstzinnige oriëntatie. Dus ook veel aandacht voor bijvoorbeeld techniek, natuur, geschiedenis, aardrijkskunde, muziek, kunst, expressie, cultuur en biologie. Dat is bijzonder, zeker sinds er een overmatige aandacht is voor rekenen, begrijpend lezen en spelling, getuige een artikel in dagblad Trouw  ‘De aarde vergaat, maar we kunnen wel goed spellen’.

Vanaf het niveau van ongeveer groep 4, werken leerlingen met de methode Alles in 1. Deze methode werkt de thema’s prachtig uit met een grote variatie in leervormen voor hoofd, hart en handen en op zes verschillende niveaus.

Integraal en adaptief onderwijs
Deze manier van leren wordt ‘integraal en adaptief onderwijs’ genoemd.
In het kort zijn dit de kenmerken van deze manier van werken:

  • leerlingen leren van en als (in) het echte leven
  • zoveel mogelijk klassieke kennisgebieden/zaakvakken, expressievakken, taal, lezen en Engels zijn geïntegreerd
  • leerlingen werken op hun eigen niveau aan dezelfde projecten, zoveel mogelijk aansluitend bij de individuele manier van leren
  • leerlingen kunnen in hun eigen tempo werken, individueel, in kleine en grotere groepen
  • er is een grote variatie aan activiteiten voor hoofd, hart en hand
  • moderne hulpmiddelen als computers worden dagelijks gebruikt
  • daar waar volgordelijk leren (‘lineair’) noodzakelijk is, wordt gewerkt met aanvullende methodes.

Docenten van buiten
We streven ernaar dat leerlingen in elk thema leren van mensen buiten school, mensen die deskundig zijn in een onderwerp en hun bevlogenheid willen doorgeven aan kinderen. Denk aan ondernemers, docenten van beroepsopleidingen, wetenschappers en mensen uit het bedrijfsleven. Deze gastdocenten kunnen hun bijzondere lessen verzorgen zowel op school als op locatie. ‘Les’ kan bestaan uit een inspirerend verhaal, een excursie, meewerken in een bedrijf, kijken naar werkzaamheden of demonstraties e.d. Hierbij is overigens altijd een ‘eigen’ leerkracht aanwezig voor de onderwijskundige inbedding. En, altijd bijzonder, die gastdocenten kunnen ouder zijn.